| |
| | DBNL . Karel van Mander, Het schilder-boeck |
 | | Saturnus was uytghebeeldt, heel wit van ouderdom, cael en bloothoofdigh,* qualijck ghecleedt, met een seysen oft sickel in d'een handt, in d'ander een cleedt, met eenen steen in bewonden, die hy in de mondt scheen te steken,* en hadde ontrent hem vier cleen kinderen. |
 | | Op zijn Kerck maecktemen eenen Triton, zijnen Kieck-hoorn blasende: oft maeckten* hem met zijnen dobbelen Visch-steert by Saturnus alsoo blasende, bewijsende, dat de gheschiednis beschrijvinge is begonnen met den tijdt, welck Saturnus* is, en desen blasenden Triton, de history beschrijvinge. |
 | | By hem was oock ghevoeght de Kuysheyt in't groen gecleedt, hebbende op haren arem een wit Armijntgen,* met eenen gulden half bandt, en Topase ghesteenten: sy was oock met een doorschijnigh geel cleedt bedeckt. |
| www.dbnl.org /tekst/mand001schi01_01/mand001schi01_01_0403.htm (247 words) |
|